Unieke Paasvespers
De vreugde en de dankbaarheid om de verrijzenis van Jezus Christus
is zó groot dat de Kerk vijftig dagen nodig heeft
- tot Pinksteren -
om deze paasvreugde uit te zingen.
Maar vooral op Pasen zelf
en tijdens de week die erop volgt – het paasoctaaf -
“is het al jubel en lofzang” (Ps 65,14) in het abdijleven.
Ontelbare malen weerklinkt dan in de gebedsvieringen
het “alleluia”, dit is vertaald: “Loof de Heer”.
Tijdens het paasoctaaf zingen we in de abdijkerk
elke avond de paasvespers of de doopvespers.
Dat feestelijke en in overvloedige wierookwolken gehulde avondgebed verloopt op een wijze die eigen is aan de premonstratenzer orde.
Bijzonder aan deze vespers is de processie naar de doopvont.
De besprenkeling met doopwater herinnert ons aan ons doopsel
waardoor “wij ééngemaakt zijn met Christus Jezus”.
Door de doop zijn wij met Hem begraven
en worden wij met Hem uit de doden opgewekt
om een nieuw leven te leiden (vgl. Rom 6,3-4).
Op Pasen namen vele mensen deel aan deze plechtige en feestelijke liturgie.
Tags: beloken pasen, doopvespers, paasoctaaf, paasvespers, Pasen, premonstratenzerorde
Vind ik leuk.