Archief voor september 2009
iD helpt je: Hoe omgaan met pijn?
Er zijn van die dagen – en soms duren ze wel weken – dat alles tegenzit. Je voelt je rot, je hebt nergens zin in. Iedereen doet stom tegen je en jij bent zelf ook niet te genieten. Je bent gewoon niet gelukkig. En dat kan heel veel oorzaken hebben … Pesterijen, liefdesverdriet, slechte schoolresultaten, ouders die scheiden … Hoe ga je best om met pijn en verdriet. In iD van april 2009 (www.averbode.be/idate) lees je ondermeer volgende levenslessen:
Levensles 1: Verdriet is moeilijk te temmen Je kunt verdriet helaas niet zomaar wegtoveren. Sommige dingen kun je veranderen door ertegen te vechten, maar sommige dingen moet je gewoon nemen zoals ze zijn. In de loop van je leven leer je hoe je zelf de kleine en grote problemen het best aanpakt: eens hard gaan lopen, jezelf troosten met een stukchocolade of een uurtje gaan shoppen met een vriendin.
Levensles 2: Je bent niet liever als je ongelukkig bent Als je je happy voelt, kun je ook vriendelijker zijn voor anderen. Maar als je down bent, ben je vaak nijdig en niet te genieten. Het sprookje van het lieve, ongelukkige prinsesje klopt dus helemaal niet. Wie ongelukkig is, wordt vaak een kleine draak. Probeer jezelf toch wat in toom te houden …
Levensles 3: Samen sta je sterker! Een goede band met een vriend of vriendin, of met je ouders, doet vaak wonderen. Het probleem wordt daardoor niet altijd kleiner, maar het weegt toch minder zwaar. Gelukkig werken vriendschap en aandacht wederzijds: jij kunt ook voor anderen heel wat betekenen !
Levensles 4: Wees tevreden met wat je hebt! Als je ongelukkig bent, heb je vaak alleen oog voor dat ene probleem. Het wordt daardoor groter en groter! Dat betekent echter niet dat heel je leven kommer en kwel is. Het helpt om eens te bedenken wat er allemaal wel leuk is in je leven. Zo leer je te relativeren.
Kolet Janssen
Wat is eucharistie?
Het woord ‘eucharistie’
heeft een Griekse oorsprong en betekent: dankbaarheid, danken, dank. Eucharistievieren heeft dus met het danken van God en Jezus van doen!
Je hart openen
Een intredeprocessie en -lied, het kruisteken, een vredewens van Godswege, een inleidingswoord en de schuldbelijdenis: ze helpen je om je hart af te stemmen op de ontmoeting met God. Je nodigt zo Jezus Christus uit om bij jou te gast te zijn en om je te helpen bij het bidden tot de Vader. Je erkent je kleinheid en zondigheid en vraagt om erbarmen en vergeving: “Heer, ontferm U over mij”. De priester zegt je Gods barmhartigheid toe, God vergeeft. Nu kan het ‘Eer aan God of Gloria’ weerklinken. Dit is een lied waarin God en Jezus gedankt en geloofd worden.
Nu nodigt de priester iedereen uit om in de stilte van het hart te bid. Vervolgens strekt hij zij armen wijd open en spreekt namens de gemeenschap het openingsgebed uit. Dat bevestig je met ‘Amen’.
Luisteren naar Gods woorden
De lector slaat de Bijbel open. Eerst is er een lezing uit het Eerste (of Oude) Testament. Hierop antwoordt de geloofsgemeenschap door samen een bijbelse psalm te zingen. Dan hoor je een lezing uit een brief van Paulus of een andere apostel. Een feestelijk ‘alleluia’ wordt Jezus toegezongen omdat Jezus zelf nu aan het woord komt, wanneer de priester of diaken voorleest uit één van de vier evangelies. De homilie wil je helpen om te vatten wat de Bijbelteksten voor jou betekenen: ‘Waartoe daagt Jezus mij uit?’.
Wij krijgen het woord
Nu is het aan de mensen om te vertellen wat hen ter harte gaat. Eerst sluiten ze zich in de geloofsbelijdenis aan bij het geloof van de kerkgemeenschap. In de voorbede bidden ze voor de noden van de Kerk, de wereld, mensen dichtbij én veraf.
Het Laatste Avondmaal herbeleven
Net als bij het Laatste Avondmaal worden brood en wijn naar het altaar gebracht. Ze verwijzen naar alles wat je nodig hebt om te leven: eten, drinken, onderdak, ‘voedsel’ voor je hart (vriendschap, …). Heel je leven breng je voor God om het Hem aan te bieden. Tijdens het het eucharistisch hooggebed wordt de priester op bijzondere wijze een teken van Jezus’ aanwezigheid. Als de priester bidt, is het Jezus die bidt. Je wordt opgeroepen “Breng dank aan de Heer” en iedereen bezingt de heiligheid en goedheid van God: “Heilig, heilig, heilig is de Heer”. In de aansluitende dankgebed wordt God gedankt omdat Hij in Jezus Christus getoond heeft hoe groot zijn liefde voor ons wel is. Dan wordt opnieuw gedaan wat Jezus deed vlak voor zijn dood: “Hij nam het brood … dit is mijn lichaam voor jullie gegeven. Hij nam de beker …”. Na dit instellingsverhaal gaat de toon over van danken naar smeken. Smeken om de hulp van Gods Geest, smeken om Gods nabijheid in de kerk en haar herders, smeken om het volle leven voor de overledenen, … Als bekroning van heel dit gebed heft de priester de schaal met brood en de beker omhoog: we bieden God aan wat we van hem als kostbaarste geschenk kregen
In vrede verbonden, met God en met elkaar
Onze verbondenheid met de Vader en met elkaar komt sterk tot uiting wanneer je samen het gebed leerde dat Jezus zelf ons leerde: het Onzevader. Daarna bidt de priester om vrede en wordt je uitgenodig om de vrede die je van Jezus ontvangt, door te geven aan de mensen rondom je.
Breken van het Brood en communie
Het breken van het brood is een bijzonder moment. Het gebroken brood en de gedeelde wijn vertellen hoe Jezus Christus zich heeft geëngageerd: zijn leven breken en delen voor de mensen. Jezus roept je om ook je eigen leven met anderen te delen. Tijdens de communie wordt je heel persoonlijk uitgenodigd tot een intieme ontmoeting met Christus in het eucharistisch brood. De Heer komt naar je toe. Hij wil zelf het voedsel zijn op je levensweg. Hij geeft zich opnieuw helemaal: aan jou, opdat je meer op Hem zou gelijken. Iedereen krijgt een stukje van één en hetzelfde brood, van dezelfde Christus. Zo is de communie ook uitdrukking van verbondenheid: je wordt opgeroepen om samen met alle leden van de kerkgemeenschap het levende ‘Lichaam van Christus’ te vormen.
Gaat nu heen in vrede !
Met die zending keer je terug naar het dagelijkse leven: daar zal het ‘breken en delen’ uit liefde concreet worden. Wij danken God!
(naar Misdienaarsgids, Averbode, 2007)
Damiaan: heilig én muziektheater
Zondag 11 oktober: paus Benedictus verklaart in Rome ‘Grootste Belg’ pater Damiaan heilig. Onze abdij zal op de heiligverklaring present zijn in de persoon van medebroeder Jan Eygenraam. Ons lukt het niet om er op het Sint-Pietersplein bij te zijn. Wat wel kan? Damiaan door jongeren terug levend zien worden in een wervelend muziektheater:
DAMiAAN!
Een zalig stuk over een heilig man
Ook vandaag spreekt de Grootste Belg tot de verbeelding. Zijn leven is het verhaal dat gaat over radicale keuzes, over gedrevenheid, moed en geloof, maar ook over twijfel, wanhoop, ziekte en dood. Zijn leven is het verhaal van een eenvoudige Vlaamse jongen met dat ietsje meer dat een gewone mens tot een heilige maakt.
SET brengt Damiaan tot leven in een muziektheater. Een dertigtal jongeren tussen 15 en 25 voeren de toeschouwer mee naar de melaatsenkolonie op Molokaï, het zieke paradijs. Dialogen en brieffragmenten worden afgewisseld met ballads en songs: een klassieke tekst in een moderne enscenering.
Want een man uit een ver verleden spreekt nog tot de verbeelding van de moderne mens, omdat de vragen aan zijn leven die zijn waar iedereen mee te maken heeft: wat doe ik met mijn leven ? Het houden voor mezelf of het weggeven ?
Meer info over de opvoeringen: www.set-damiaan.be, tel 03 229 04 10
Een poetsbeurt
Een nieuw academiejaar in Agripo
Na een welverdiende en deugddoende vakantie startte op maandag 14 september 2009 een nieuw academiejaar voor de studenten en de professoren van de studieconcentratie Agripo, zeg maar het seminarie van de Vlaamse norbertijner abdijen Averbode, Grimbergen, Postel en Tongerlo. Zes priesterstudenten – twee voor filosofie en vier voor theologie – volgen van maandag tot en met woensdag les in de abdijen van Averbode en Postel. Gedurende zes jaar intensieve studie worden deze jonge medebroeders ‘klaargestoomd’ om priester te worden in een tijd waarin voor velen geloof en kerk geen evidente zaken meer zijn.
Toch kiezen deze medebroeders er voor om priester te worden. Zij willen de boodschap van de verrijzenis, van de vreugde en van de hoop verkondigen. De dienst van de priester is alles wat als kruis heel vanzelfsprekend bij zijn leven hoort, nu al door het licht van de verrijzenis omstraald. Met de paasboodschap kan hij oriëntatie, licht, troost, vertrouwen, hoop en vreugde in het leven van veel mensen brengen. Hij wil getuigen: “De vreugde die de Heer u geeft, is uw kracht” (Neh 8,10). Zo kunnen zij als priester nu en in de toekomst “dienaar van de vreugde” (2 Kor 1,24) zijn.
Een feest voor een marteltuig?
Op 14 september 320 zou Helena, de moeder van keizer Constantijn, in Jeruzalem het kruis van Christus gevonden hebben, daarom vieren we vandaag met de kerk het feest van de Kruisverheffing.
Vandaag willen we de kruisdood van Jezus Christus tot leven brengen. We willen het kruis eren omdat het de ogen opent voor Gods verregaande mensenliefde en omdat het de weg naar verrijzenis en eeuwig leven ontsluit.
Maandenlang reeds houden opeenvolgende sportevenementen wereldwijd enorm veel mensen in hun ban. Voetbalkampioenschappen, wielerrondes en atletiekwedstrijden kluisteren jong en oud aan TV- en radiotoestel. Alle aandacht gaat bijna uitsluitend naar de snelste, de sterkste, de recordbreker, de medaillewinnaar. Sportjournalisten noemen de onklopbare kampioenen ‘goden’ en ‘godenkinderen’. Overwinnaars beklimmen erepodia, baden in een aureool van roem, lopen ererondes en genieten bij hun thuiskomst huldigingen.
Lijkt je het contrast met ons feest van de kruisverheffing opvallend? Wij huldigen vandaag geen goud en succes. Wij kijken op naar een schandpaal, een marteltuig: een stuk hout dat lijden, zwakte en mislukking oproept. Wij eren geen krachtige, op handen gedragen man; maar een geslagen en uitgejouwde zwakkeling. Wij heffen geen overwinningsbeker in de lucht, maar staan stil bij een lijdenskelk…
En toch vieren wij vandaag een feest. En toch heffen wij vandaag met de apostel Paulus een lied over Jezus, een Christuspsalm, aan. Want doorheen Jezus’ lijden en in het kruis zien wij de grote liefde van God voor ons opdagen.
In zijn brief aan de christenen van Filippi bezingt Paulus hoe verrassend ver God gaat in zijn mensenliefde. God laat zijn Zoon Jezus ons menselijk leven ‘meeleven’ en delen tot in de diepste ellende. Zelfs de meest onterende martelweg en de dood gaat God in Jezus niet uit de weg. De Zoon van de Allerhoogste wordt de minste. Elke zweem van majesteit en roem laat Hij achter zich voor een slavenbestaan. Tot de dood aan een kruis gaat God.
Wellicht zijn het onze zwakste en door smartelijk lijden getroffen medemensen die het best de betekenis vatten van deze solidariteit van God met de mens. Waarschijnlijk zijn het zij die opkijken naar de Gekruisigde vanuit ziek- of sterfbed, gevangenis, oorlogsgebied, armoede, … die de troost en de ‘schoonheid’ van het kruis goed aanvoelen. Wie miserie ondergaat, voelt zich verwant met een God die lijdt…
Maar van achter het kruis straalt ook een ander troostend licht. Jezus’ kruisweg eindigt niet in een impasse. Zijn weg loopt door. Paulus schrijft aan de Filippenzen dat Jezus’ vernederende slavenlot overgaat in een verheerlijking. God schenkt Jezus na het kruis nieuw leven en laat Hem verrijzen. De Vernederde wordt door God hoog verheven en ontvangt de naam die boven alle namen is. De op het eerste zicht zeer zwakke Jezus is de ware Heer. In Gods ogen is het deze man die het lijden doorstond en tot het uiterste ging in lotsverbondenheid die lof en eer verdiend.
De evangelist Johannes onderlijnt dat het Jezus is die hulde toekomt, omdat in Hem het eeuwig leven doorbreekt: wie in Jezus gelooft zal eeuwig leven genieten. Op zijn eigen wijze schrijft ook Johannes hoe in het volledig gegeven zijn van Jezus de grote liefde van God voor ons mensen duidelijk wordt. Jezus werd door God naar ons gezonden om door zijn leven van zelfgave, nederigheid en dienstwerk redding te brengen. Door Jezus leven en kruisdood is de hemel tot hier neergedaald, is God heel dicht aan onze zijde komen staan. Daarom voelen wij dankbaarheid en aanbidden wij in het kruis en tillen het in de hoogte, als een overwinningstrofee van het leven op de dood.
In zijn brief aan de Filippenzen vraagt Paulus zijn lezers om zich de gezindheid van Jezus Christus eigen te maken. Zo worden ook wij gevraagd om Jezus’ gezindheid tot de onze te maken, om Hem meer in ons hart toe te laten. Jezus is ons voorbeeld om een gelukmakende ‘lifestyle’ te vinden. Een levensstijl die niet het succes en de hoogste rang zoekt, maar oog heeft voor het zwakke en zichzelf kan wegcijferen. Een levenshouding van nederige dienstbaarheid en zorg voor anderen, met volgehouden trouw … zelfs als een kruisweg van tegenkanting en lijden opduikt.
Wanneer we de sportwereld bekijken zouden we snel kunnen oordelen en poneren: ‘hier is die gezindheid van Jezus Christus ver zoek, dit is een wereld van zelfverheerlijking zonder plaats voor zwakte en lijden’. En inderdaad heel wat bedenkingen mogen worden gemaakt. En toch wie goed kijkt, ziet aansluiting bij Jezus gezindheid:
· Wanneer de tourwinnaar de volgende dag kankerpatiëntjes bezoekt
· Wanneer een voetbalploeg er voor kiest niet als concurrenten, maar als een vriendenploeg te werken
· Wanneer gehandicapten kansen krijgen voor hun Spelen
· Wanneer een sporter na allerlei jeugdzondes opnieuw aan de slag mag
· Wanneer een topspeler steeds getuigt: “I belong to Jesus, al mijn talenten heb ik van God gekregen en wat ik verdien wil ik met armen delen”
Laten wij vandaag opkijken naar het kruis van Jezus en groeien in zijn gezindheid om van Gods liefde vervult te leven. Amen.
Gouden jubilarissen gevierd
Zaterdag 12 september was het feesten geblazen. De medebroeders Bert Eynatten, Dolf Swinnen en Guido Guetens vierden hun gouden professiejubileum: een halve eeuw geleden spraken zij hun kloostergeloften uit en verbonden zij zich voor altijd aan Christus en de abdijgemeenschap. De confraters Augustinus Damen en Stan Zegers vierden hun gouden priesterjubileum.
De jubileumdag ging in een met familie en vrienden gevulde abdijkerk van start met een plechtige eucharistieviering waarin de gouden professiejubilarissen hun religieuze geloften van armoede, gewijd celibaat en gehoorzaamheid hernieuwden. Daarna werden zij tijdens een receptie in openlucht uitgebreid gelukgewenst door de vele aanwezigen. Onze jubilarissen waren tijdens de voorbije 50 jaren ondermeer actief in parochies, Brazilië, scholen, de uitgeverij, het leger, een bejaardenhuis, het bezinningscentrum, …
Tijdens een uitgebreid feestdiner dankte abt Jos de jubilarissen voor hun jarenlange trouw en engagement. Jubilaris Bert Eynatten vertolkte tijdens zijn speech de erkentelijke dankbaarheid van de feestelingen. Wij wensen hen nog mooie jaren in trouwe verbondenheid met de Heer Jezus en hun medebroeders.
(foto’s: Eric Stynen)
Kruisteken of liefde
Een bisschop probeerde na te gaan in hoeverre een groep geloofsleerlingen het doopsel waardig was. “Waaraan kunnen anderen zien dat je katholiek bent?” vroeg hij hun. Geen antwoord. Niemand had deze vraag verwacht. De bisschop herhaalde de vraag. En daarna nog eens, waarbij hij een kruisteken sloeg in de hoop de anderen hiermee een hint te geven. Ineens kreeg iemand een inval. “Liefde”, zei hij. De bisschop was verrast. Hij was sprakeloos. “Verkeerd”, wilde hij zeggen, maar hij herstelde zich net op tijd.
Anthony de Mello, Het gebed van de kikker, Tielt, 1995.
frater Philippe verlaat het ministerie van de Vlaamse gemeenschap
Kloosterling worden betekent dat je aan een nieuwe levenswijze begint. Na de proeftijd is het vanzelfsprekend dat je de definitieve keuze voor de abdijgemeenschap ook “echt” maakt. Frater Philippe sprak op 28 augustus zijn geloften voor het leven uit. Een getuigenis.
Voor ik ingetreden was in de abdij, heb ik als ingenieur gewerkt op het ministerie van de Vlaamse gemeenschap, dienst urbanisatie. Omdat ik op de dag van mijn professie volledig voor de abdij gekozen heb, ben ik dinsdag 1 september mijn ontslag gaan aanbieden bij het afdelingshoofd. Ik wilde dat persoonlijk doen om tegelijk afscheid te kunnen nemen van mijn collega’s. Het was allemaal heel aangrijpend. Ik laat daar niet alleen collega’s achter, maar blijkbaar ook vele vrienden. Ik was erg ontroerd als het afdelingshoofd mij verzekerde dat ik altijd welkom bleef en ik heb hen van mijn kant uitgenodigd voor een tegenbezoek aan de abdij. Wat is het toch mooi als mensen om elkaar geven! Ik sluit dit hoofdstuk in mijn leven dus niet helemaal af.
fr. Philippe
Vind ik leuk.
