Archief voor april 2010

Lofzang op de Paaskaars

4apr 10

door fr. Jan

Zo bidden wij U, Heer:
moge deze kaars, gewijd tot eer van uw Naam,
onverzwakt blijven branden
om de duisternis van deze nacht te verdrijven;
moge haar licht samenvloeien
met de hoge hemellichten,
en haar vlam de Morgenster begroeten:
de Morgenster die nooit verbleken zal,
die, uit het dodenrijk herrezen,
over heel het menselijk geslacht stralend is opgegaan:
Christus, uw Zoon,
die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Uit de liturgie van de Paaswake.

Be the first to like.

Paaszaterdag

3apr 10

door fr. Jan

Heer Jezus,
op deze dag van rouw
tussen uw dood en uw verrijzenis
spreekt Gij nog tot ons,
en tot uw moeder:
‘Nog even geduld, Moeder,
en je zult zien
hoe Ik, zoals een geneesheer doet,
mijn gewaad afleg
en me daarheen zal haasten
waar ze nu allen neerliggen.
Ik onderzoek al hun kwetsuren
en met het scherp van de lans
neem Ik alle verharding weg.
Ook brandewijn neem ik mee
om hun wonden toe te branden,
en met de punt van de nagels
prik Ik al hun abcessen door.
Van mijn paarse mantel
maak Ik verband voor hen.
Ten slotte zal ik ook mijn Kruis meedragen
als een dokterstas vol medicijnen.
Nu je alles weet, mijn lieve Moeder,
vraag Ik jou te zingen:
‘Omdat Hij heeft geleden,
heeft Hij een eind gemaakt aan alle lijden,
die Zoon van God en zoon van mij.’

Romanos de Zanger

Be the first to like.

Koraal

3apr 10

door fr. Jan

O Heiland van mijn leven,
ik zie uw open graf,
zie hoge bomen beven,
een lichtstil ochtendpad
en vrouwen schuw bewegen
waar eerst een engel trad.

Mag ik U daar begroeten,
verbijsterd, bang als zij,
schaduw en witte doeken,
het sterven ver voorbij,
harts ademloos ontmoeten
met een herboren mei?

Ik kom U langzaam nader.
U bent er niet, maar toch:
op alle dingen amen,
eeuwige morgenzon.
Een lichaam van genade
staat in mijn leden op.

Gabriël Smit

Be the first to like.

Goede Vrijdag

2apr 10

door fr. Vincent

kruisw-servaes
Be the first to like.

Witte Donderdag

1apr 10

door fr. Vincent

Uit het evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 22 (Willibrordvertaling 1995):

[14] Toen het uur gekomen was, ging Hij met de apostelen aan tafel. [15]  Hij zei tegen hen: ‘Vurig heb Ik ernaar verlangd om dit paasmaal met jullie te eten vóór mijn lijden. [16] Want Ik zeg jullie dat Ik het niet meer zal eten tot de vervulling ervan in het koninkrijk van God.’ [17] Hij nam een beker, sprak het dankgebed en zei: ‘Neem deze beker en laat hem rondgaan; [18] want Ik zeg jullie dat Ik van nu af aan niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok totdat het koninkrijk van God gekomen is.’ [19] Hij nam een brood, sprak het dankgebed, brak het brood in stukken en gaf het hun, en zei: ‘Dit is mijn lichaam; het wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om Mij te gedenken.’ [20] Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker: ‘Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed; hij wordt voor jullie leeggegoten. [21] Maar zie, de man die Mij overlevert, ligt hier met Mij aan tafel. [22] Want de Mensenzoon gaat wel zijn voorbestemde weg, maar wee de mens door wie Hij wordt overgeleverd.’ [23] Toen begonnen ze er met elkaar over te praten, wie van hen het zou kunnen zijn die dat ging doen. [24] Ook ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen wel het belangrijkst was. [25] Hij zei hun echter: ‘Bij de heidenen spelen koningen de baas, bij hen laten machthebbers zich weldoener noemen. [26] Bij jullie mag dat niet zo zijn. De grootste van jullie moet de minste worden, en de leider de dienaar. [27] Want wie is het belangrijkst? Die aan tafel ligt, of die bedient? Die aan tafel ligt toch zeker! Maar Ik ben in jullie midden de dienaar. [28] Jullie zijn altijd bij Mij gebleven als Ik werd beproefd. [29] Zoals mijn Vader Mij het koningschap heeft aangeboden, zo bied Ik jullie een plaats aan [30] in mijn koninkrijk om te eten en te drinken aan mijn tafel; jullie zullen op tronen zitten om te oordelen over de twaalf stammen van Israël. [31] Simon, Simon, de satan heeft geëist jullie te mogen ziften als het koren. [32] Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken; als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders.’ [33] Hij zei Hem: ‘Heer, ik ben bereid met U zelfs de gevangenis en de dood in te gaan.’ [34] Maar Hij zei: ‘Petrus, Ik zeg je, voordat vandaag de haan kraait, zul je drie keer geloochend hebben dat je Me kent.’

Be the first to like.