Uit het evangelie volgens Lucas, hoofdstuk 22 (Willibrordvertaling 1995):
[14] Toen het uur gekomen was, ging Hij met de apostelen aan tafel. [15] Hij zei tegen hen: ‘Vurig heb Ik ernaar verlangd om dit paasmaal met jullie te eten vóór mijn lijden. [16] Want Ik zeg jullie dat Ik het niet meer zal eten tot de vervulling ervan in het koninkrijk van God.’ [17] Hij nam een beker, sprak het dankgebed en zei: ‘Neem deze beker en laat hem rondgaan; [18] want Ik zeg jullie dat Ik van nu af aan niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok totdat het koninkrijk van God gekomen is.’ [19] Hij nam een brood, sprak het dankgebed, brak het brood in stukken en gaf het hun, en zei: ‘Dit is mijn lichaam; het wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om Mij te gedenken.’ [20] Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker: ‘Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed; hij wordt voor jullie leeggegoten. [21] Maar zie, de man die Mij overlevert, ligt hier met Mij aan tafel. [22] Want de Mensenzoon gaat wel zijn voorbestemde weg, maar wee de mens door wie Hij wordt overgeleverd.’ [23] Toen begonnen ze er met elkaar over te praten, wie van hen het zou kunnen zijn die dat ging doen. [24] Ook ontstond er onder hen onenigheid over de vraag wie van hen wel het belangrijkst was. [25] Hij zei hun echter: ‘Bij de heidenen spelen koningen de baas, bij hen laten machthebbers zich weldoener noemen. [26] Bij jullie mag dat niet zo zijn. De grootste van jullie moet de minste worden, en de leider de dienaar. [27] Want wie is het belangrijkst? Die aan tafel ligt, of die bedient? Die aan tafel ligt toch zeker! Maar Ik ben in jullie midden de dienaar. [28] Jullie zijn altijd bij Mij gebleven als Ik werd beproefd. [29] Zoals mijn Vader Mij het koningschap heeft aangeboden, zo bied Ik jullie een plaats aan [30] in mijn koninkrijk om te eten en te drinken aan mijn tafel; jullie zullen op tronen zitten om te oordelen over de twaalf stammen van Israël. [31] Simon, Simon, de satan heeft geëist jullie te mogen ziften als het koren. [32] Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken; als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders.’ [33] Hij zei Hem: ‘Heer, ik ben bereid met U zelfs de gevangenis en de dood in te gaan.’ [34] Maar Hij zei: ‘Petrus, Ik zeg je, voordat vandaag de haan kraait, zul je drie keer geloochend hebben dat je Me kent.’
Be the first to like.