Zie het Lam Gods
Wie in Averbode de abdijtoren goed observeert, bemerkt dat op de top geen traditionele torenhaan te vinden is maar een afbeelding van het Lam Gods. Het Lam Gods waakt als het ware over de abdij en over de streek errond. Het Lam Gods troont ook in het wapenschild van de abdij. De reden daarvan is niet ver te zoeken: de patroon van het eerste kerkje in Averbode was Johannes de Doper. En tot op de huidige dag is de beroemde voorloper van Jezus Christus medepatroon van de abdij. Aan hem wordt in het Johannesevangelie de beroemde uitspraak toegeschreven: “Zie het Lam Gods”. Met die enigszins mysterieuze woorden verwijst Johannes zijn leerlingen naar Jezus, de Zoon van God (Joh. 1,29.36). De abdijgemeenschap heeft dezelfde opdracht als de Doper: mensen verwijzen naar Jezus, het Lam van God.
Wat betekent de titel “Lam Gods” voor Jezus? Ongetwijfeld denkt Johannes aan het boek van de profeet Jesaja. Daarin is sprake van een Dienaar van JHWH die zijn leven geeft ten dienste van het volk doorheen lijden – “als een lam geleid naar de slachtbank” (Jes. 53,7). Johannes’ verwijzing naar de Geest die op Jezus rust in Joh. 1,32 alludeert aan de aanstelling van de Dienaar in Jes. 42,1. Voor Johannes en de eerste christenen is Jezus zonder meer de vervulling van de profetie: hij is de Dienaar die zijn leven geeft ten dienste van allen. Hij neemt de zonde weg, uit pure genade, en geeft leven aan elke gelovige. Wie gelooft in Jezus als het Lam Gods, mag in die levensstroom gaan staan.
Naast de verwijzing naar de Dienaar, denkt Johannes ook aan het Paaslam. Elk jaar ter gelegenheid van het Paasfeest slachtten de joden een lam. Dat geslachte lam herinnert aan de Uittocht uit Egypte: het is een teken van de overgang van slavernij naar bevrijding, van dood naar leven. In het Johannesevangelie sterft Jezus precies op het moment dat de lammeren in de tempel geslacht worden voor de viering van het Paasfeest. Voor Johannes brengt de gekruisigde Jezus als het Lam Gods verlossing in plaats van slavernij, leven in plaats van dood. Als wij in de liturgie het Lam Gods aanroepen en zijn ontferming vragen, dan hopen wij op deze bevrijding en op dit leven.
Ook in de Openbaring van Johannes is herhaaldelijk sprake van een Lam. Dat Lam heeft de kentrekken zowel van de gestorven Jezus als van de verheerlijkte Christus (b.v. Apok. 5,6.13). Dit Lam neemt ook de gestalte aan van het apocalyptische lam dat aan het einde van de tijden het kwaad in de wereld zal opheffen en daarom wordt het naar goede apocalyptische gewoonte voorgesteld als een lam “met zeven horens en zeven ogen” (Apok. 5,6). In Apok. 5 staat dit Lam – Jezus Christus – centraal in de hemelse liturgie: Hij wordt aanbeden en Hij mag het Boek openen. Dit Lam is de inspiratie geweest voor het beroemde schilderij van het Lam Gods door Jan Van Eyck.
Op die manier is het Lam Gods een teken van hoop voor elke gelovige. Vanop de abdijtoren kijkt het Lam Gods naar ons en wil ons inspireren tot christelijk leven. De abdijgemeenschap heeft de taak om icoon te worden van het Lam Gods dat zij fier in haar vaandel draagt.
fr. Filip Noël
