Wanneer ik God liefheb

4aug 10

door fr. Vincent

Maar wat heb ik lief wanneer ik U liefheb?
Geen schoonheid van een lichaam,
geen tijdelijke luister, geen lichtglans die mijn ogen lief is,
geen heerlijke melodieeën van allerlei liederen,
geen verrukkelijke geur van bloemen, reukwerken of welriekende kruiden,
geen manna en geen honing,
geen lichamelijke ledematen, aangenaam om te omhelzen.
Deze dingen zijn het niet die ik liefheb wanneer ik mijn God liefheb.
En toch heb ik zo iets lief als een licht,
zo iets als een stemgeluid, zo iets als een geur,
zo iets als een spijs en zo iets als een omhelzing,
wanneer ik mijn God liefheb.
Hij is licht en stemgeluid, en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens,
waar voor mijn ziel een lichtglans flonkert die aan geen ruimte gebonden is,
waar een klank weerklinkt die niet wegsterft in de tijd,
waar een geur hangt die niet met de wind wegwaait,
waar een smaak bestaat die niet door eten vermindert,
waar een omhelzing plaats vindt die geen verzadiging ooit kan scheiden.
Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb.

(Augustinus, Belijdenissen X, 6, 8 )

4 bezoekers vinden dit bericht leuk.

Tags: ,

Reageren