Norbertijnen nemen vakantie
Rusten, stilvallen, verpozen, genieten, bezinnen, … werkwoorden die we in de abdij koesteren. Ze krijgen extra aandacht op zondag (‘zondagsrust’), tijdens bezinningsdagen (‘recollectie’) en de jaarlijkse bezinningsweek (‘retraite’) eind augustus. Maar ook tijdens de vakantie beleven we ze intenser. Sinds half juni zijn er medebroeders die een tweetal weken vakantie nemen. Sommigen trekken er met mekaar op uit, anderen reizen met familieleden, nog anderen vertoeven een tijdje bij hun familie of bij vrienden. Meerdere van onze bejaarde medebroeders hebben spijtig genoeg afscheid moeten nemen van het buitenshuis op vakantie kunnen gaan. Voor hen kleuren de vakantieweken zich met de rustigere sfeer in huis, een kop koffie en/of wandeling in de tuin, een uitstap, …
De vakantie geeft ook ons de kans om afstand te nemen van werk, dagelijkse beslommeringen en zorgen, om ons geestelijk en lichamelijk ‘op te laden’, om wat meer te lezen, om met familie en vrienden bij te praten, om de natuur in te trekken, om nieuwe horizonten te vertrekken. In deze zomerse weken kunnen we onze band met God terug aanhalen. We denken aan de woorden van Jezus, Mt. 11 :
[28] Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. [29] Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, [30] want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’
Een bedevaart, een bezoek aan een mooie kerk of abdij, vertoeven in de stilte, tijd voor gebed, verwonderd genieten van de natuurpracht, … stemmen ons af op de ‘golflengte’ van Gods liefde.


