Archief voor de rubriek ‘Citaat’

De kracht van de liefde

22sep 10

door fr. Vincent

Wat is de kracht van de stad van God?
Wie de kracht van deze stad wil begrijpen,
moet de kracht van de liefde verstaan.
De liefde immers is een kracht die niemand kan weerstaan.
Geen wereldstorm en geen stortvloed van beproevingen
kunnen het vuur van de liefde doden.
Want over haar staat geschreven:
“Sterk als de dood is de liefde” (Hooglied 8,6).
Daarin lijkt de liefde op de dood.
Wanneer de dood komt, kan niemand hem weerstaan.
Met hoeveel ingrepen of geneesmiddelen men de dood ook bestrijdt,
aan het geweld van de dood kan een sterfelijke mens niet ontkomen.
Zo kan de wereld ook niets ondernemen tegen het geweld van de liefde.
Maar de gelijkenis tussen de liefde en de dood
bevat ook een tegenstelling.
Want zoals de dood alle kracht bezit om ons uit het leven weg te rukken,
zo bezit de liefde alle kracht om ons in leven te houden.

(Augustinus, Preek over psalm 47, 13)

1 bezoeker vindt dit bericht leuk.

Onrustig is ons hart

10sep 10

door fr. Vincent

Groot zijt gij, Heer, en hoog te prijzen.
Groot is uw macht en uw wijsheid kent geen grenzen.
En loven wil u een mens, een nietig deeltje van uw schepping,
een mens die moeizaam de last van zijn sterfelijkheid meedraagt,
en in zijn zondigheid hiervan getuigt:
dat gij de hoogmoedigen weerstaat.
En toch wil u loven die mens, een nietig deeltje van uw schepping.
Gij zelf doet hem vreugde vinden in het zingen van uw lof,
want gij hebt ons naar u toe geschapen,
en rusteloos is ons hart totdat het rust vindt in u.

(Augustinus, Belijdenissen, I,I,1)

1 bezoeker vindt dit bericht leuk.

Waar zijt Gij te vinden, God?

28aug 10

door fr. Vincent

Waar heb ik U gevonden dat ik U leerde kennen?
Want voordat ik U leerde kennen,
waart Gij nog niet in mijn geheugen.
Waar heb ik u dan gevonden, dat ik U leerde kennen,
waar anders dan in U, boven mij?
Er is geen sprake van een plaats,
als wij ons van U verwijderen of naar U toekomen,
er is geen sprake van een plaats.
Waarheid, overal verleent Gij gehoor aan allen die U raadplegen,
en aan allen tegelijk geeft Gij antwoord,
ook al raadplegen zij U over verschillende dingen.
Duidelijk antwoordt Gij,
maar niet allen horen duidelijk.
Allen raadplegen U over hetgeen zij willen
maar niet altijd horen zij wat zij willen.
Uw beste dienaar is hij die niet zozeer van U verlangt te horen wat hijzelf wil,
maar veeleer wil wat hij van U hoort.

Te laat heb ik U liefgekregen
schoonheid, zo oud en toch zo nieuw
te laat heb ik U liefgekregen!
Gij waart in mijn binnenste
en ik was buiten
en daar zocht ik U
en ik, wanstaltig als ik was,
stortte mij op de schone dingen
die Gij hebt gemaakt.
Gij waart bij mij en ik was niet bij U.
Die dingen hielden mij ver van U,
die niet zouden bestaan als zij niet in U bestonden.
Gij hebt geroepen en geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken;
Gij hebt gefonkeld en geschitterd en mijn blindheid verdreven;
Gij hebt een aangename geur verspreid, ik heb die ingeademd
en nu snak ik naar U;
ik heb geproefd en nu honger en dorst ik;
Gij hebt mij aangeraakt
en ik ben ontbrand voor U, mijn vrede.

(Augustinus, Belijdenissen, XVIII)

1 bezoeker vindt dit bericht leuk.

Communio – Gemeenschap

23aug 10

door fr. Jan

Het getuigenis van communio – één van hart en één van ziel (Hnd 4, 32) – voorgeleefd door  de premonstratenzerorde zal een krachtig teken en een bron van hoop blijven voor een wereld die geconfronteerd wordt met extreme vormen van individualisme en sociale versplintering. In het licht daarvan, vraag ik jullie met aandrang om de geest van broederlijke menslievendheid, beleefd in de naam van Jezus en in Zijn liefde, te blijven cultiveren.

Ik moedig de premonstratenzerorde aan om te volharden in de inspanningen om aan de wereld – en in het bijzonder aan de jongeren – te getuigen van de schoonheid en de vreugde van de religieuze roeping. Moge de plechtige belofte van de professie – Ik draag mijzelf op en geef mij aan de Kerk – een levende en sprekende uitdrukking zijn jullie “radicale gave van jezelf uit liefde voor de Heer Jezus en, in Hem, voor elk lid van de mensenfamilie” (Vita Consecrata, 3).

Paus Joannes Paulus II  in de toespraak tijdens de audiëntie verleend aan emeritus abt-generaal H. Noyens en de deelnemers aan het keuzekapittel op 29 september 2003

Eendracht

10aug 10

door fr. Vincent

Ik vraag je: is het nu niet mogelijk
dat wij samen iets kunnen zoeken en bespreken
om onze harten te voeden,
zonder bitterheid en onenigheid?
Indien ik echter niet kan zeggen
wat mij in jouw geschriften voor verbetering vatbaar lijkt,
en jij niet in de mijne,
zonder achterdocht en jaloersheid,
en zonder de vriendschap te krenken,
laten we daar dan van afzien,
en ons leven en onze gezondheid sparen.
Laten we dan maar wat minder kennis verwerven
die leidt tot eigenwaan,
als de liefde maar niet geschonden wordt
die opbouwt (1 Korintiërs 8,1).
Ik voel mij ver van die volmaaktheid,
waarover geschreven staat:
“Wie niets misdoet door het woord is een volmaakt mens” (Jakobus 3,2).
Maar dank zij Gods barmhartigheid,
meen ik gemakkelijk in staat te zijn
je vergiffenis te vragen, indien ik je iets misdaan heb.

(Augustinus, Brief LXXIII,III,9)

2 bezoekers vinden dit bericht leuk.

Leven in de Zoon

25jul 10

door fr. Jan

Ik haal je er door, laat je nooit los.
Ik draag je naar de andere oever, de overkant.
Het beloofde land, het nieuwe leven.
Ik draag je erheen.
Wees niet bang, Ik ben je Vader.
Jij bent mijn kind voor altijd.
Ik weet het: het is als sterven, je toevertrouwen aan een ander die Liefde is.
Een nieuwe Geest, de onbekende, zo anders dan wat je eerder dacht.
Niet wat je zelf maakt, maar Ik zal je redden.
Ik bekleed je met de nieuwe mens.
Leven in de Zoon.

2 bezoekers vinden dit bericht leuk.

Jeugdpastoraal

1jul 10

door fr. Jan

Jeugdpastoraal: wat is dat?

Tegenwoordig heet alles pastoraal. Dat is niet goed. Zo gaat al te gemakkelijk het specifieke verloren. En daar zit nochtans de pit en de kracht.
Pastoraal is een gekwalificeerde zorg om mensen: een zorg die opgenomen wordt vanuit de Kerk en in naam van de Heer Jezus. Dat doe je niet in eigen naam. Dat wordt je toevertrouwd. Het mooie is dat je dat mag doen. Maar je doet dat ook met heel je hart. Omdat je van mensen houdt. Omdat je van je Kerk houdt.

Het eerste en het laatste in de pastoraal is de liefde: een gevoelige, tedere, warme liefde, maar ook een liefde naar het voorbeeld van de liefde waarmee de Heer Jezus ons heeft bemind. Dat is: een onvoorwaardelijke liefde, een liefde die zichzelf niet zoekt maar zichzelf wegschenkt, in het klein en soms in het groot.

Alles wat door zulke liefde gemerkt en getekend is, is pastoraal: een gesprek, een hulpvaardige tussenkomst, een bemoediging, een kritisch woord, een stille aanwezigheid. Solidariteit is hier het sleutelwoord. Met jongeren gaan staan waar zij staan. Dus horen ook lage-drempel-activiteiten er bij. Niets is te min voor wie jongeren bemint met de liefde van Jezus Christus.

Zulke liefde is vurig. Ze wenst en zoekt het beste. Ze legt zich bijgevolg ook niet gewoon neer bij de situatie. En in die zin is zij niet tevreden met alleen maar lage-drempel-activiteiten. Hier laat ze de roep klinken: meer is in u !

IMG_3578

Men scheide ook de liefde niet van het geloof. Dat deed ook Jezus niet. Hij wees de weg van de liefde aan als de weg ten leven. Hij vroeg ook geloof: geloof in Gods wonderlijke kracht, in Gods wegen met mens en wereld, ja in Hemzelf als Leraar van Godswege en als Gezalfde.

Jeugdpastoraal is daarom ook geloofsbegeleiding, een uitwisseling van geloof, een gelovige oefening in het samen gelovig luisteren naar het evangelie, naar Gods stem in ons leven. Hier past bescheidenheid en tact, maar evenzeer openheid en durf. Jongeren moeten opnieuw aangesproken worden vanuit het geloof en uitgenodigd worden om echte christenen te worden. Hier moet de roep blijven klinken: Kom en zie ! Neem je plaats in, in de kring van de leerlingen van Jezus. Kom, je Kerk heeft je nodig !

+ Paul Van den Berghe,
Bisschop-emeritus

1 bezoeker vindt dit bericht leuk.

Heilige Johannes de Doper

24jun 10

door fr. Jan

Johannes doopt Christus,
de dienaar de Heer,
de stem het Woord,
het schepsel de Schepper,
de lamp de Zon;
maar dan de Zon die onze zon heeft gemaakt;
en toch heeft de doper zich niet verheven
maar onderworpen aan de Dopeling.
Want Johannes spreekt Christus aan
als Deze naar hem toekomst:
“Gij komt tot mij?
Ik heb ùw doopsel nodig”.
Dat is een belangrijke geloofsbelijdenis,
en in alle nederigheid
een onomwonden verklaring van de “lamp”.
Want als die het tegen de Zon zou opnemen,
zou zij spoedig door ene vlaag van hoogmoed
worden gedoofd.
Dit heeft de Heer voorzien,
dit heeft de Heer ons
door zijn doopsel duidelijk gemaakt.

Augustinus, Preek 292, 3.

Zekerheid ?

18jun 10

door fr. Jan

Als wij de zekerheid zouden krijgen
altijd overvloedig de aardse goederen te bezitten, en God zou ons zeggen:
“Mijn aanschijn zult gij niet zien”,
zouden wij dan echt gelukkig zijn
met al die goederen?
Misschien zou iemand de vreugde verkiezen
en zeggen:
ik heb alles in overvloed;
zo is het goed, meer verlang ik niet.
Zo iemand heeft God niet lief;
hij verlangt nog niet vurig naar Hem
als vanuit den vreemde.
Neen, neen:
weg met al die verleidingen,
weg met die leugenachtige betoveringen,
weg met alles dat ons dagelijks toeroept:
“Waar is uw God”!
Wat er ook voor ons mag zijn
buiten onze God,
niets is aantrekkelijk;
wij willen niets van wat Hij ons geeft,
als Hij die ons alles heeft gegeven,
niet zichzelf geeft.

Augustinus, Enarratione in Psalmum 85, 11

Slot van het Jaar van de Priester

11jun 10

door fr. Jan

“Het priesterschap, dat is de liefde van het hart van Jezus”, placht de heilige Pastoor van Ars te zeggen. Deze roerende formulering brengt ons er vooral toe te beseffen, innerlijk geraakt en dankbaar, welk een onmetelijk geschenk priesters zijn, niet alleen voor de Kerk, maar ook voor de mensheid als zodanig. Ik denk aan alle priesters die eenvoudig dag na dag het woord en de daden van Christus bij de christengelovigen en bij de hele wereld brengen, doordat zij proberen met hun gedachten, hun wil, hun gevoel en hun algehele levensstijl gelijkvormig aan Hem te zijn. Hoe zou men kunnen nalaten hun apostolische inspanningen, hun onvermoeibare en verborgen dienstwerk en hun alomvattende liefde te onderstrepen? En wat zou men moeten zeggen van de moedige trouw van zoveel priesters die – ook te midden van moeilijkheden en onbegrip – trouw blijven aan hun roeping “vrienden van Christus” te zijn, die door Hem op bijzondere wijze geroepen, uitgekozen en uitgezonden zijn?

Uit de Brief van paus Benedictus XVI aan het begin van het Jaar van de priesters,
naar aanleiding van de 150ste sterfdag van de heilige Johannes Maria Vianney, pastoor van Ars.