Om te leren bidden hebben we geschikte momenten nodig. Als een relatie echt belangrijk voor ons is, zullen we er graag tijd voor reserveren. Er is niemand die een jongen moet herinneren aan de afspraak met zijn vriendin. Later kan dat soms veranderen, als de liefde wegkwijnt door de drukte van het leven… Gaat het in onze relatie met God niet evenzo? Het gebed verstikt soms als zaad onder de distels door ‘de zorgen van het leven en de begoocheling van de rijkdom’ (Mt 13, 22). Bidden blijft een leerschool. Het is onmogelijk als we er geen tijd voor maken. Laten we onszelf toch niets wijsmaken. Om opnieuw te leren bidden moeten we de gebedstijd niet verkorten, maar eerder wat verlengen. In onze jachtige cultuur vergt het reeds een hele poos om te genezen van stress en geestdodende routine. Bidden wordt maar mogelijk als we de tijd nemen om de luidruchtige stemmen in ons te doen stilvallen. Gebed wordt maar mogelijk als we ons afstemmen op de stilte, als we open komen voor de bescheiden aanwezigheid van God, als we verwijlen bij zijn Woord.
Het gebed kan ons veel leren. Het gebed helpt ons menselijker om te gaan met de tijd. Bidden verhindert alleszins dat we de tijd beschouwen als een eindeloze trein van lege wagonnetjes, als evenveel momenten die wij door onze acties moeten vullen.
Uit “Heer leer ons bidden. Het jaar van het gebed”, Verklaringen van de bisschoppen van België (nr. 32), Brussel, Licap, juni 2005, blz. 51-52.