Kerstmis – de geboorte van de Heer
De blogredactie wenst alle blogbezoekers een gezegend Kerstmis!
Tijdens de middernachtmis sprak abt Jos Wouters deze homilie uit.
Die bieden we graag aan als kerstbezinning.
De genade van God, bron van heil voor alle mensen is op aarde verschenen.
Is het u, geliefde zusters en broeders ook al opgevallen dat in vrijwel geen enkele voorstelling van het kersttafereel Jezus wordt afgebeeld als een gewoon pasgeboren kindje? Hij lijkt al meteen een stuk ouder, alsof Hij een fase in zijn ontwikkeling heeft kunnen overslaan. Hij wordt getoond als een prins, of met de armen gespreid, zoals de gekruisigde lieve heer. Deze voorstellingen benadrukken de betekenis die Jezus heeft, zijn koninklijke zending, zijn goddelijke natuur.
Tegelijk verraden deze afbeeldingen hoe moeilijk het voor ons is om te geloven dat God mens geworden is. Een van ons. Een gewoon schreiend kindje dat niet kan overleven zonder volwassenen. De tegenstelling tussen die weerloosheid en Gods grootheid lijkt onoverbrugbaar. Ze is ook onoverbrugbaar, tenzij wij, door Gods genade geraakt, geloven dat God precies in deze weerloosheid tot ons spreekt. Die weerloosheid is dan niet een bijkomstigheid van het kerstgebeuren, ze is niet een gênant detail dat verbloemd moet worden of een schoonheidsfoutje dat weggepoetst moet worden. Deze nacht is die weerloosheid, dit overgeleverd en afhankelijk zijn, de kern van wat God ons zeggen wil. Deze nacht vertrouwt hij zijn leven en wie Hij wil zijn toe aan mensen.
Dit enorme vertrouwen in mensen is adembenemend. Het kan zelfs vermetel lijken. Dikwijls genoeg ontmoeten we mensen die helemaal geen hoge dunk hebben van de liefde waartoe mensen in staat zijn. Wie met mensen leeft en werkt, houdt best rekening met een dosis bekrompenheid, domheid, zelfzucht en zelfs met boosaardigheid. Door mens te worden, helemaal van het prille begin af, toont God, zegt Hij metterdaad, dat niet de boosaardigheid de kern van het wezen van de mens is. God toont, zegt metterdaad, dat Hijzelf, zichzelf, zijn Zoon durft toevertrouwen aan het mededogen, aan de barmhartigheid die in de mens leeft. Hij vertrouwt zich toe aan de stille ontroering, de grote tederheid die wij allen voelen in ons hart wanneer wij een kind zien, het in de armen mogen nemen en knuffelen.
Die barmhartigheid, dat mededogen dat in ons leeft heeft God zelf in ons gelegd. Hij kent de kracht ervan. Hij durft er zijn evangelie, de verlossing van de wereld aan toevertrouwen. Dat is de genade die deze nacht verschijnt. Door het vertrouwen in de menselijkheid en het mededogen van de mens, door tot ons te komen in weerloosheid versterkt God die menselijkheid en maakt Hij dat mededogen tot een grootse kracht.
God begint zijn boodschap aan de wereld, het evangelie door tot ons te komen in weerloosheid en kwetsbaarheid. Zo wordt Hij geboren onder de mensen, als één van ons. Die genade is de bron van ons heil.
Hij doet een beroep op de barmhartigheid en het mededogen, op de liefde die Hij zelf in ons heeft gelegd. Elke keer als wij handelen uit dat mededogen komt het rijk Gods dichterbij en wint Christus aan kracht in deze wereld. Zo worden wij geboren in God, gaan wij op Hem gelijken, laten wij gebeuren wat Hij in en door ons wil doen.
Dat is ons heil want zo worden wij geboren als zijn kinderen.
God geve ons dat wij in Jezus waarlijk zijn kinderen worden.


