Archief voor de rubriek ‘Liturgie’

Kerstnoveen

17Dec 09

door fr. Vincent

De O-antifonen begeleiden het Kerstnoveen (de laatste 9 dagen voor Kerstmis) en roepen Christus aan met één van de titels die de profeten gaven aan de Gezondene van God.

In het Engels en het Nederlands bestaat er een lied (gebaseerd op een Latijnse tekst) O kom, o kom, Immanuel. De strofes van dat lied bevatten ook dezelfde aanspreektitels. Dit adventslied is in veel kerkgemeenschappen bekend en populair. Het wordt (zoals in het videofragment hieronder) vaak gebruikt als thema voor improvisaties.

De tekst van het lied (die je in deze instrumentale improvisatie er maar bij moet denken) is geïnspireerd op de O-antifonen. Deze antifonen bij de lofzang van Maria worden in de 9 dagen voor Kerstmis gezongen en verwijzen telkens naar één van de titels van de komende Verlosser: Wijsheid, Adonai, Wortel van Jesse, Sleutel van David, Dageraad, Koning der volkeren, Emmanuel. (In het Latijn: Sapientia, Adonai, Radix Jesse, Clavis David, Oriens, Rex Gentium, Emmanuel)

YouTube voorvertoningsafbeelding

Gisterenavond, 16 december, zongen we tijdens de vespers (avondgebed) de eerste O-antifoon.

De Latijnse antifonen vormen met hun eerste letter een omgekeerd acrostichon: ERO CRAS: morgen zal Ik er zijn.

Bij de Norbertijnen is er één O-antifoon met Maria als onderwerp toegevoegd (O Virgo virginum). Zo wordt het acrostichon VERO CRAS: waarlijk, morgen!

Advent

29Nov 09

door fr. Vincent

Op zaterdagavond 28 november hebben we met de abdijgemeenschap en de hele Kerk de advent ingezet. Als hymne van de eerste vespers zongen we dit lied van J. Veulemans.

1. Gij zijt de wereld aangekondigd,
van bij de aanvang was het Woord,
Gij maakt een zwijgend volk weer mondig,
wij worden hemelhoog gehoord.

Hemelse dauw, wees ons gegeven,
daal uit uw hemelvrede neer,
wees onze Broeder, onze Heer en
doe ons in uw komst herleven.

2. Gij hebt bevrijding aangeheven
na vele eeuwen van verraad,
Gij hebt aan hoop een naam gegeven,
aan de belofte een gelaat.

3. Wat nooit een volk heeft durven dromen,
is bovenaards al ingezet.
Als Gij weer onder ons wilt komen,
worden wij levenslang gered.

ADVENT

Wat is eucharistie?

27Sep 09

door Prior Eric

euch1

Het woord ‘eucharistie’

heeft een Griekse oorsprong en betekent: dankbaarheid, danken, dank. Eucharistievieren heeft dus met het danken van God en Jezus van doen!

euch2

Je hart openen

Een intredeprocessie en -lied, het kruisteken, een vredewens van Godswege, een inleidingswoord en de schuldbelijdenis: ze helpen je om je hart af te stemmen op de ontmoeting met God. Je nodigt zo Jezus Christus uit om bij jou te gast te zijn en om je te helpen bij het bidden tot de Vader. Je erkent je kleinheid en zondigheid en vraagt om erbarmen en vergeving: “Heer, ontferm U over mij”. De priester zegt je Gods barmhartigheid toe, God vergeeft. Nu kan het ‘Eer aan God of Gloria’ weerklinken. Dit is een lied waarin God en Jezus gedankt en geloofd worden.

Nu nodigt de priester iedereen uit om in de stilte van het hart te bid. Vervolgens strekt hij zij armen wijd open en spreekt namens de gemeenschap het openingsgebed uit. Dat bevestig je met ‘Amen’.

euch2b

Luisteren naar Gods woorden

De lector slaat de Bijbel open. Eerst is er een lezing uit het Eerste (of Oude) Testament. Hierop antwoordt de geloofsgemeenschap door samen een bijbelse psalm te zingen. Dan hoor je een lezing uit een brief van Paulus of een andere apostel. Een feestelijk ‘alleluia’ wordt Jezus toegezongen omdat Jezus zelf nu aan het woord komt, wanneer de priester of diaken voorleest uit één van de vier evangelies. De homilie wil je helpen om te vatten wat de Bijbelteksten voor jou betekenen: ‘Waartoe daagt Jezus mij uit?’.

euch3

Wij krijgen het woord

Nu is het aan de mensen om te vertellen wat hen ter harte gaat. Eerst sluiten ze zich in de geloofsbelijdenis aan bij het geloof van de kerkgemeenschap. In de voorbede bidden ze voor de noden van de Kerk, de wereld, mensen dichtbij én veraf.

euch5

Het Laatste Avondmaal herbeleven

Net als bij het Laatste Avondmaal worden brood en wijn naar het altaar gebracht. Ze verwijzen naar alles wat je nodig hebt om te leven: eten, drinken, onderdak, ‘voedsel’ voor je hart (vriendschap, …). Heel je leven breng je voor God om het Hem aan te bieden. Tijdens het het eucharistisch hooggebed wordt de priester op bijzondere wijze een teken van Jezus’ aanwezigheid. Als de priester bidt, is het Jezus die bidt. Je wordt opgeroepen “Breng dank aan de Heer” en iedereen bezingt de heiligheid en goedheid van God: “Heilig, heilig, heilig is de Heer”. In de aansluitende dankgebed wordt God gedankt omdat Hij in Jezus Christus getoond heeft hoe groot zijn liefde voor ons wel is. Dan wordt opnieuw gedaan wat Jezus deed vlak voor zijn dood: “Hij nam het brood … dit is mijn lichaam voor jullie gegeven. Hij nam de beker …”. Na dit instellingsverhaal gaat de toon over van danken naar smeken. Smeken om de hulp van Gods Geest, smeken om Gods nabijheid in de kerk en haar herders, smeken om het volle leven voor de overledenen, … Als bekroning van heel dit gebed heft de priester de schaal met brood en de beker omhoog: we bieden God aan wat we van hem als kostbaarste geschenk kregen

In vrede verbonden, met God en met elkaar

Onze verbondenheid met de Vader en met elkaar komt sterk tot uiting wanneer je samen het gebed leerde dat Jezus zelf ons leerde: het Onzevader. Daarna bidt de priester om vrede en wordt je uitgenodig om de vrede die je van Jezus ontvangt, door te geven aan de mensen rondom je.

Breken van het Brood en communie

Het breken van het brood is een bijzonder moment. Het gebroken brood en de gedeelde wijn vertellen hoe Jezus Christus zich heeft geëngageerd:  zijn leven breken en delen voor de mensen. Jezus roept je om ook je eigen leven met anderen te delen. Tijdens de communie wordt je heel persoonlijk uitgenodigd tot een intieme ontmoeting met Christus in het eucharistisch brood. De Heer komt naar je toe. Hij wil zelf het voedsel zijn op je levensweg. Hij geeft zich opnieuw helemaal: aan jou, opdat je meer op Hem zou gelijken. Iedereen krijgt een stukje van één en hetzelfde brood, van dezelfde Christus. Zo is de communie ook uitdrukking van verbondenheid: je wordt opgeroepen om samen met alle leden van de kerkgemeenschap het levende ‘Lichaam van Christus’ te vormen.

Gaat nu heen in vrede !

Met die zending keer je terug naar het dagelijkse leven: daar zal het ‘breken en delen’ uit liefde concreet worden. Wij danken God!

(naar Misdienaarsgids, Averbode, 2007)

Een feest voor een marteltuig?

14Sep 09

door Prior Eric

kruisw-servaes

Op 14 september 320 zou Helena, de moeder van keizer Constantijn, in Jeruzalem het kruis van Christus gevonden hebben, daarom vieren we vandaag met de kerk het feest van de Kruisverheffing.

Vandaag willen we de kruisdood van Jezus Christus tot leven brengen. We willen het kruis eren omdat het de ogen opent voor Gods verregaande mensenliefde en omdat het de weg naar verrijzenis en eeuwig leven ontsluit.

Maandenlang reeds houden opeenvolgende sportevenementen wereldwijd enorm veel mensen in hun ban. Voetbalkampioenschappen, wielerrondes en atletiekwedstrijden kluisteren jong en oud aan TV- en radiotoestel. Alle aandacht gaat bijna uitsluitend naar de snelste, de sterkste, de recordbreker, de medaillewinnaar. Sportjournalisten noemen de onklopbare kampioenen ‘goden’ en ‘godenkinderen’. Overwinnaars beklimmen erepodia, baden in een aureool van roem, lopen ererondes en genieten bij hun thuiskomst huldigingen.

Lijkt je het contrast met ons feest van de kruisverheffing opvallend? Wij huldigen vandaag geen goud en succes. Wij kijken op naar een schandpaal, een marteltuig: een stuk hout dat lijden, zwakte en mislukking oproept. Wij eren geen krachtige, op handen gedragen man; maar een geslagen en uitgejouwde zwakkeling. Wij heffen geen overwinningsbeker in de lucht, maar staan stil bij een lijdenskelk…

En toch vieren wij vandaag een feest. En toch heffen wij vandaag met de apostel Paulus een lied over Jezus, een Christuspsalm, aan. Want doorheen Jezus’ lijden en in het kruis zien wij de grote liefde van God voor ons opdagen.

In zijn brief aan de christenen van Filippi bezingt Paulus hoe verrassend ver God gaat in zijn mensenliefde. God laat zijn Zoon Jezus ons menselijk leven ‘meeleven’ en delen tot in de diepste ellende. Zelfs de meest onterende martelweg en de dood gaat God in Jezus niet uit de weg. De Zoon van de Allerhoogste wordt de minste. Elke zweem van majesteit en roem laat Hij achter zich voor een slavenbestaan. Tot de dood aan een kruis gaat God.

Wellicht zijn het onze zwakste en door smartelijk lijden getroffen medemensen die het best de betekenis vatten van deze solidariteit van God met de mens. Waarschijnlijk zijn het zij die opkijken naar de Gekruisigde vanuit ziek- of sterfbed, gevangenis, oorlogsgebied, armoede, … die de troost en de ‘schoonheid’ van het kruis goed aanvoelen. Wie miserie ondergaat, voelt zich verwant met een God die lijdt…

Maar van achter het kruis straalt ook een ander troostend licht. Jezus’ kruisweg eindigt niet in een impasse. Zijn weg loopt door. Paulus schrijft aan de Filippenzen dat Jezus’ vernederende slavenlot overgaat in een verheerlijking. God schenkt Jezus na het kruis nieuw leven en laat Hem verrijzen. De Vernederde wordt door God hoog verheven en ontvangt de naam die boven alle namen is. De op het eerste zicht zeer zwakke Jezus is de ware Heer. In Gods ogen is het deze man die het lijden doorstond en tot het uiterste ging in lotsverbondenheid die lof en eer verdiend.

De evangelist Johannes onderlijnt dat het Jezus is die hulde toekomt, omdat in Hem het eeuwig leven doorbreekt: wie in Jezus gelooft zal eeuwig leven genieten. Op zijn eigen wijze schrijft ook Johannes hoe in het volledig gegeven zijn van Jezus de grote liefde van God voor ons mensen duidelijk wordt. Jezus werd door God naar ons gezonden om door zijn leven van zelfgave, nederigheid en dienstwerk redding te brengen. Door Jezus leven en kruisdood is de hemel tot hier neergedaald, is God heel dicht aan onze zijde komen staan. Daarom voelen wij dankbaarheid en aanbidden wij in het kruis en tillen het in de hoogte, als een overwinningstrofee van het leven op de dood.

In zijn brief aan de Filippenzen vraagt Paulus zijn lezers om zich de gezindheid van Jezus Christus eigen te maken. Zo worden ook wij gevraagd om Jezus’ gezindheid tot de onze te maken, om Hem meer in ons hart toe te laten. Jezus is ons voorbeeld om een gelukmakende ‘lifestyle’ te vinden. Een levensstijl die niet het succes en de hoogste rang zoekt, maar oog heeft voor het zwakke en zichzelf kan wegcijferen. Een levenshouding van nederige dienstbaarheid en zorg voor anderen, met volgehouden trouw … zelfs als een kruisweg van tegenkanting en lijden opduikt.

Wanneer we de sportwereld bekijken zouden we snel kunnen oordelen en poneren: ‘hier is die gezindheid van Jezus Christus ver zoek, dit is een wereld van zelfverheerlijking zonder plaats voor zwakte en lijden’. En inderdaad heel wat bedenkingen mogen worden gemaakt. En toch wie goed kijkt, ziet aansluiting bij Jezus gezindheid:

· Wanneer de tourwinnaar de volgende dag kankerpatiëntjes bezoekt

· Wanneer een voetbalploeg er voor kiest niet als concurrenten, maar als een vriendenploeg te werken

· Wanneer gehandicapten kansen krijgen voor hun Spelen

· Wanneer een sporter na allerlei jeugdzondes opnieuw aan de slag mag

· Wanneer een topspeler steeds getuigt: “I belong to Jesus, al mijn talenten heb ik van God gekregen en wat ik verdien wil ik met armen delen”

Laten wij vandaag opkijken naar het kruis van Jezus en groeien in zijn gezindheid om van Gods liefde vervult te leven. Amen.

Jongere getuigt over biechten

31Aug 09

door Prior Eric

Ik kijk altijd uit naar een verzoeningsviering zoals tijdens de vasten of op pelgrimstocht. Tussendoor verlang ik er soms naar. Toen ik voor het eerst met biechten geconfronteerd werd, durfde ik de stap om een persoonlijke belijdenis uit te spreken niet zetten. Ik verging van angst. Ik wist eigenlijk ook niet goed wat zeggen: de zonden van een heel leven, de steeds terugkerende fouten, een lange lijst schuldgevoelens? Het ergste was dat ik me daarna niet bevrijd voelde en nog steeds dezelfde zwakheden had. Wel gebeurde het soms dat een gebaar me raakte: het verbranden van een zondebriefje, zuiver water over mijn handen, handoplegging,…

biecht3

Met mijn groeiende geloof en door het meer te doen begon stilaan mijn ‘lijstje’ meer op een gebed te lijken. Ik leerde dat je God eerst dankt en Hem dan aanbiedt wat in je leven niet op God gericht is en wat je van God, van het leven wegdrijft. Nu besef ik dat er maar één manier is om te biechten: vanuit Gods liefde. Als ik niet naar zijn liefde verlang kan ik ook niet biechten, mijn woorden zouden hol klinken. Door de evangelieteksten die tijdens zo’n viering voorgelezen worden word ik uitgenodigd mee in Gods verhaal te gaan staan, mijn eigen verhaal opnieuw te beleven en berouw te tonen. Vanuit het besef van Gods liefde klinkt mijn bede dan heel broos, maar vertrouwvol. Ik mag me in mijn zwakheid tonen en me aan-vaard weten. Zelfs mijn zonden maakt Hij tot een geschenk als ik zijn barmhartigheid kan aanvaarden. Het gebeurt soms dat ik begin te wenen tijdens of na de biecht. Ik wil me helemaal openen, word klein voor God en verwacht alles. Het doet zoveel deugd de waarheid uit te spreken en uit de leugen bevrijd te worden, zonde toe te geven en me te laten helpen. Het is niet eenvoudig, maar ik beschouw het als een grote genade in mijn leven. Als ik altijd mijn schuld moest meeslepen zou ik het niet tot hier uitgehouden hebben. Schuld weegt zwaar en vreet de vreugde aan. Ik voel me heel gelukkig als ik na vergeving opnieuw mag beginnen en bevestigd word in liefde.

Hanne, 25 jaar

Wat is biechten?

30Aug 09

door Prior Eric

In onze abdijkerk komen geregeld mensen ‘aanbellen’ omdat ze willen biechten. Onze medebroeders Andreas, Paul en Guido zijn voor hen terbeschikking. Sommigen willen biechten in de biechtstoel, anderen verkiezen een spreekkamer in de abdij. Voor vele jongeren is de biecht een sacrament dat intrigeert … want onbekend en dus onbemind.

In de biecht voltrekt zich het sacrament van de verzoening. Dat het een sacrament is, betekent dat het gaat om een viering van de kerkgemeenschap waarin met woorden en gebaren iets voelbaar wordt van de liefde van God voor iedere mens. God komt er op een bijzondere wijze in je leven aanwezig. In het sacrament van de verzoening mag je vooral de grote barmhartigheid van de hemelse Vader ervaren. Hoe verloopt de viering van dit sacrament?

biecht2

1 Je voorbereiden

Je voelt dat je je relatie met God wil uitklaren. Er is kwaad dat je hart bezwaart omdat je jezelf van God afkeerde. Je verlangt om je tot God te bekeren en te biechten. Je wil Gods liefde ervaren: zijn barmhartigheid kan je bevrijden.

Voor het biechtgesprek beluister je de innerlijke stem die God in je hart neerlegde: je geweten dat je laat aanvoelen wat niet goed is. Zo ontdek je welke woorden, daden of gedachten niet beantwoordden aan Gods liefde. Om je hart klaar te maken voor het sacrament van de verzoening kan je deelnemen aan een gezamenlijke boeteviering.

2 De barmhartige Vader ontmoeten

In de persoon van de priester komt God zelf je tegemoet zoals de vader die in de parabel verlangend uitkijkt om zijn verloren zoon te begroeten. Het is de barmhartige Vader die je liefdevol verwelkomt. In het samenzijn met de priester is de hele kerkgemeenschap aanwezig. Na het kruisteken vraag je “Vader zegen mij want ik heb gezondigd”. De priester zal je bemoedigen en zegenen: “De Heer zij in uw hart, opdat je met een oprecht hart berouwvol je zonden belijdt”.

3 Luisteren naar God

In een gemeenschappelijke boeteviering wordt voorgelezen uit de Bijbel. Ook in het persoonlijke biechtgesprek wordt Gods Woord beluistert. Zo maak je je hart open voor Gods goedheid. Het is belangrijk dat je al luisterend meer aandacht krijgt voor Gods menslievendheid dan voor je eigen menselijke zondigheid.

4 Spreken met God

Je schuldbelijdenis uitspreken betekent meer dan enkel voor God je zonden uitspreken. Je belijd ook dat God goed is. Je drukt je vertrouwen uit: God jij wil mij genezen en houdt van mij mét mijn falen. Je kan van start gaan met de vertrouwde schuldbelijdenis uit de eucharistie. Daarna spreek je uit wat je hart bezwaart: eenvoudig, bondig en naar waarheid. Het doet deugd om het met God eens uit te praten. Je hebt er als mens behoefte aan om je onvrede uit te spreken. De priester beluistert je met Christus’ oren. Het werkt bevrijdend om te ervaren dat Iemand je verhaal beluistert. Je staat niet meer alleen met je kwaad. Je kan vrijmoedig spreken want je weet dat de priester het biechtgeheim respecteert. Vervolgens spreek je je berouw uit: je hebt spijt, maar je wil ook met vertrouwen een nieuwe ‘doorstart’ maken. Je kan dit uitdrukken met de ‘akte van berouw’ of met de woorden uit psalm 51:

5 Vergeving ontvangen

De priester zal je nu een penitentie, een opdracht van bekering voorstellen. Dit kan een taak zijn, een gebed of een gebaar. Kortom, een eerste stap terug op de goede weg.

Daarna ontvang je de absolutie: in naam van Christus en de Kerk schenkt de priester je vergiffenis. Hij strekt de handen over je uit om je de heilige Geest te geven en hij zegent je met het kruis.

6 Je gaat vernieuwd op weg

Op het einde zal de priester je met Gods zegen opnieuw het leven inzenden: “Ga in de vreug-de en de vrede van de Heer. Wij danken God!”.

Het is zinvol om na het biechtgesprek nog wat tijd te maken voor stilte en gebed. Je kan God dan danken. Zo maak je een rustige overgang naar het gewone gezinsleven. Je kan eens kijken waar je levenswandel wat bijsturing verdient. Zo kan je Gods vergeving echt opnemen en je leven er op afstemmen … ook al besef je dat je klein en broos blijft.

Morgen laten we een jongere zelf getuigen over haar ervaring met ‘biechten’.

Wat is een sacrament?

30Jul 09

door Prior Eric

Een sacrament is het vieren van een belangrijk moment in het leven van een gelovige mens in zijn relatie met God. In een sacrament komt God heel dicht bij de mens.

DICHTER BIJ GOD: Een sacrament biedt mensen de kans om dicht bij God te komen. Bij een doopsel ben je samen met God blij om je kindje. Bij een trouw zeg je aan God hoe gelukkig jullie samen zijn en je vraagt om Gods zegen voor jullie beiden. Bij een ziekenzalving vraag je aan God om goed te zorgen voor de zieke, ook als hij doodgaat.

EVEN STILSTAAN: Een sacrament laat mensen ook stilstaan bij wat er gebeurt. Of het nu om een belangrijk levensmoment gaat, of om iets wat gebeurt in je hart, het is altijd goed om er wat uitdrukkelijker mee bezig te zijn. Anders vervliegt het moment in de drukte van het leven. Zo wordt het belangrijkste vaak niet gezegd. Bij een doopsel kan eens heel uitdrukkelijk gezegd worden hoeveel God van dit kindje houdt en vragen we Gods zegen voor hem. Bij een biecht kun je je spijt en je goede voornemens uitspreken. Pas als je erover nadenkt en het uitspreekt, betekent het ook meer.

IEDEREEN MAG HET HOREN!: Typisch voor een sacrament is ook dat je het vier in de gelovige gemeenschap waarbij je hoort. Een geboorte, en vormsel, een huwelijk, een priesterwijding, een ziekenzalving, het gaat telkens om belangrijke stappen in een mensenleven die je graag deelt met de mensen om je heen. Bij veel sacramenten hoort dan ook een feest.

SYMBOLEN: Elk sacrament wordt gevierd met eigen symbolen: water, olie, een handoplegging … Het zijn sterke tekens die iets zeggen over de kracht van wat er gebeurt. Het zijn oude tekens, die een grotere werkelijkheid uitdrukken dan we met woorden kunnen oproepen.

ZEVEN: We vieren in onze katholieke kerk zeven sacramenten: Doopsel, eucharistie, biecht, vormsel, huwelijk, priesterwijding, ziekenzalving

Uit: Al de dagen van ons leven. Christelijk gezinsboek voor de 21ste eeuw. Averbode, 2008

Apostelfeest heilige Jakobus

25Jul 09

door Prior Eric

Op 25 juli vieren we het feest van de heilige apostel Jakobus. Jakobus is de zoon van Zebedeüs en de broer van de apostel Johannes. Hij is in het evangelie vaak getuige van belangrijke gebeurtenissen in het leven van Jezus. Op bevel van Herodes wordt Johannes gedood omstreeks het jaar 42.

 

Reeds eeuwen wordt Jakobus in het Noord-Westen van Spanje vereerd te Santiago de Compostella. Er bestaan in Europa eeuwenoude pelgrimsroutes naar Compostella. Sinds enkele decennia kent het pelgrimeren naar Compostella een vernieuwde belangstelling. De enen gaan echt op bedevaart (een maandenlange staptocht !), anderen krijgen de tocht als straf en therapie opgelegd door de rechter, weer anderen gaan de weg om tot inzicht/bezinning/verzoening/… te komen. Een belangrijke route loopt langs het prachtige Conques in Frankrijk: daar zijn norbertijnen van de abdij van Mondaye volop geëngageerd om de pelgrims te onthalen: zie www.mondaye.com (‘prieuré Conques’). Enkele jaren geleden stapten onze medebroeders Jan Ophoff en Quirinus Kerkhofs (allebei werkzaam in Denemarken) gedurende enkele dagen het laatste deel van de ‘camino’. In de maanden mei en juni komen er ook in Averbode geregeld pelgrims – met de typische Sint-Jacobsschelp op hun rugzak -aanbellen om een stempel te krijgen en om de nacht te kunnen doorbrengen in de abdij. Ook heel wat jongeren gaan de weg naar Santiago. Hun doel? De weg is het doel!

Maria Magdalena: eerste getuige van de verrijzenis

22Jul 09

door Prior Eric

Op 22 juli vieren wij met de Kerk de gedachtenis van Maria uit Magdala. Maria Magdalena spreekt velen tot de verbeelding. Over haar rol in Jezus’ leven slaat de fantasie van vele auteurs, journalisten en filmmakers op hol. Denk maar aan de Da Vinci Code.  Wij gedenken haar als een van de moedige vrouwen die behoorde tot de groep die Jezus op zijn tochten volgde. Zij durfde het aan om met enkelen bij het kruis te waken en Jezus nabij te zijn tot zijn dood. Deze grote trouw volgde uit de radicale bekering die Jezus in haar leven bewerkte. Maria Magdalena is als vrouw de eerste getuige van de verrijzenis. Zo lezen we in het 20ste hoofdstuk van het Johannesevangelie:

Icoon Maria Magdalena  

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. [2] Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ [3] Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. [4] Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. [5] Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. [6] Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, [7] en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. [8] Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. [9] Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. [10] De leerlingen gingen terug naar huis.

[11] Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, [12] en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. [13] ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ [14] Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. [15] ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ [16] Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) [17] ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ [18] Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Meer lezen over haar? Zie het boek: Maria Magdalena. Van boetvaardige zondares tot echtgenote van Jezus. Régis Burnet, Averbode, 2009, 180 blz.

Cover boek Maria Magdalena

50 dagen lang Paasfeest !

21Apr 09

door Prior Eric

Het Paasfeest van de christenen is niet op één dag ‘opgebrand’. Omdat dit feest van de verrijzenis van Jezus Christus zo belangrijk is, duurt het eigenlijk 50 dagen lang tot aan het Pinksterfeest. We vieren Jezus’ opstanding: Gods liefde blijkt sterker dan de dood. We vieren dat ook ons leven niet ‘dood loopt’, maar kan overgaan in een nieuw en hemels bestaan. De 50 dagen durende paastijd spoort ons aan om ook nu reeds een nieuw, een ‘eeuwig’, een ‘hemels’ leven te leiden. Hoe? Door liefdevol, zorgend, vergevend, dienend, helpend, luisterend, biddend, dankend, … mensen te laten ‘opstaan’, ‘verrijzen’ uit wat hen neerdrukt.

In de abdij wordt 50 dagen lang uitbundiger gebeden en gezongen. Er klinken vele “alleluia’s”, er wordt overvloedig gewierookt, talrijke kaarsen branden, de liederen zijn zwanger van hoop en paasvreugde. Zeker tijdens de voorbije paasweek en op zondagen heeft de eucharistieviering een bijzonder feestelijk karakter. Zo ook de eucharistie van afgelopen zondag.