Huwelijksringen
Bruid en bruidegom geven elkaar hun ja-woord. Door het wettig uitspreken van de huwelijksconsensus komt het sacrament van het huwelijk tot stand. Elke aanwezige spitst de oren. Een moment waarnaar ook reikhalzend wordt uitgekeken is het zegenen en aanreiken van de huwelijksringen. Vanwaar dit gebruik? En wat betekent dit symbool? Als lichaamssieraad is de ring reeds in de voorchristelijke tijden bekend. Door zijn vorm is hij een teken van macht en waardigheid. Dikwijls wordt hij gebruikt als zegel. In deze betekenissen komt de ring ook al voor in het Oude Testament. Bij de Latijnse auteur Plautus uit de tweede eeuw voor Christus lezen we dat de jongeman bij de verloving zich tegenover zijn aanstaande vrouw tot het huwelijk engageerde door het schenken van een ijzeren ring, de anulus pronubus. In Rome bleef men deze traditie eeuwenlang onderhouden.
In de tweede eeuw na Christus werd volgens Tertullianus de gouden verlovingsring bij christenen ingevoerd. Deze vroegchristelijke auteur was geen voorstander van lichaamstooi, maar maakte voor de bruidsring een uitzondering. Het betrof immers een algemeen gebruik dat niets te maken had met afgodendienst. Zoals gezegd, speelde de ring ook in de beelden en vergelijkingen van de H. Schrift een rol. Zo werd de ring een symbool van christelijke huwelijkstrouw en kon het overreiken ervan in de liturgie opgenomen worden.
Door de opname van dit gebruik in de kerkelijke huwelijksplechtigheid is de eenvoudige, gladde ring geëvolueerd van onderpand voor toekomstige echtverbintenis tot een teken van de huwelijksstaat. Tot aan de 16de eeuw werd de trouwring meestal aan de rechterhand gedragen. Thans wordt na de zegening de ring door de bruidegom aan de ringvinger van de linkerhand van de bruid geschoven, waarna zij dit ook doet bij de bruidegom. De bisschopsring kwam reeds in de 4de eeuw voor als zegelring. Geleidelijk werd hij beschouwd als een bisschoppelijk ambtsteken. Bij Isidorus van Sevilla lezen we in een document uit 783: “Bisschoppen dragen een ring als teken van hun waardigheid en als instrument voor het verzegelen van geheime stukken.” Naar het voorbeeld van de bisschoppen dragen ook abten, naar een oud privilege, een ring, die zij bij hun zegening hebben ontvangen. Bij het afleggen van de plechtige geloften ontvangen kloosterzusters een professiering als teken van hun band met de hemelse bruidegom, Christus. Net als de huwelijksring, de bisschops- en abtsring is deze ring een symbool van trouw (anulus fidei), zoals ook telkens blijkt uit de liturgische teksten.
fr. Andreas Willems
Vind ik leuk.
