Reflecteren met Reflector

Van God en geld
Jongerentijdschrift Reflector dacht na over religie in een consumptiemaatschappij, enkele gedachten:
Maakt geld dan niet gelukkig?
Intussen is die vraag wetenschappelijk onderzocht en het antwoord is simpel: geld maakt tot op een bepaald niveau gelukkig. Je moet genoeg geld hebben om in je basisbehoeften te voorzien. Je moet genoeg eten hebben, een fatsoenlijk dak boven je hoofd, je kinderen moeten naar school kunnen en als je ziek bent, moet je goede zorgen kunnen krijgen. Zodra je daarvoor genoeg geld hebt, kun je gelukkig zijn. Al het geld dat jehebt voor extra’s maakt je niet fundamenteel gelukkiger. We hebben onderzocht dat tussen 1955 en 2005 de Belgen ongeveer driemaal rijker zijn geworden. We hebben ze ook gevraagd naar hun geluksniveau. Wel, in die vijftig jaar zijn we niet of nauwelijks gelukkiger geworden.
Wat zeggen religeies over geld?
De meeste religies – ook het christendom – zien geld als de belangrijkste concurrent van God. Maar ze beseffen heel goed dat de mensen geld belangrijk vinden. Er is bovendien een opvallende gelijkenis tussen geld en God. Het idee achter God is dat van een abstracte universaliteit. Het idee van God is almachtig. Ook geld lijkt een abstracte universele kracht te hebben. Je kunt er om het even wat mee kopen .
Godsdiensten hebben ook een erg dubbelzinnige relatie met geld. Enerzijds is het de vijand – Jezus gooide de woekeraars uit de tempel – maar anderzijds draaien religies ook rond offers. Het heeft er vooral mee te maken hoe je met geld omgaat. Wil je zoveel mogelijk geld oppotten, of wil je het uitgeven? De eerste weg leidt enkel tot frustratie. De tweede weg is de goede. Je moet als voorbeeldige gelovige dan ook giften doen.
Eigenlijk hebben de drie grote monotheïstische godsdiensten – het christendom, het jodendom en de islam – het geven geïnstitutionaliseerd.
Dominique Minten in gesprek met Toon Vandevelde
Reflector 01 augustus 2008




